Beste or-voorzitter,

Wellicht is de ambtelijk secretaris jou opgevallen. Deze persoon is door de organisatie aangesteld om de ondernemingsraad te ondersteunen, in de breedste zin. Hij (of zij) is een medezeggenschapsprofessional, met bijbehorende kennis, ervaring en functieprofiel.

In de praktijk gaat dit echter te vaak mis. Hiermee bedoel ik dat de ambtelijk secretaris niet de gelegenheid krijgt zijn
werk uit te voeren, zoals omschreven in het functieprofiel. Of niet de gelegenheid krijgt om zich verder te ontwikkelen.
Om maar drie voorbeelden te noemen:

  • De voorzitter of andere or-leden vinden taken, omschreven in het functieprofiel van de ambtelijk secretaris, zelf
    heel leuk en pakken deze op.
    Stel je eens voor, voorzitter, dat morgen je collega-or-lid op je stoel zit en de vergadering gaat voorzitten. Raar, toch?
  • De ambtelijk secretaris wordt niet ten volle benut, maar wordt gezien als ‘typemiep’, terwijl hij adviseur medezeggenschap is.
    Het zou toch gek zijn als je morgen, als voorzitter, het woord namens de ondernemingsraad niet meer mag voeren, terwijl dit normaal bij jouw takenpakket als voorzitter hoort?
  • De ambtelijk secretaris krijgt niet de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen.
    Ik wil het misverstand uit de wereld helpen dat een or-cursus voor de ambtelijk secretaris deskundigheidsbevordering
    is. Na een paar zittingstermijnen is zo’n or-cursus een ‘been there done that’-exercitie geworden.
    De ambtelijk secretaris moet zich natuurlijk scholen op zijn eigen vakgebied. Is hij in dienst van de organisatie dan heeft hij recht op de dezelfde scholingsregeling als ieder andere medewerker. Scholing van de ambtelijk secretaris hoort niet in een or-budget.

Kortom, neem het functieprofiel van de ambtelijk secretaris door, ga met hem in gesprek over de invulling hiervan en over zijn ontwikkeling. Net als jij is hij een persoon die plezier wil hebben in zijn werken en wil groeien in zijn
functie.

Bedankt voor het lezen!

Column OR-Magazine november 2018

Share This