FREQUENTIE ASKED QUESTIONS

Wet op de ondernemingsraden algemeen

Op basis van artikel 35 Wet op de Ondernemingsraden (WOR) gaan de bevoegdheden van de lokale ondernemingsraden van rechtswege over naar een Centrale Ondernemingsraad, zodra die is ingesteld. Het gaat hierbij om de artikelen 22a tot en met 32 WOR. Dus ook het advies en instemmingsrecht. De bevoegdheden van de Centrale Ondernemingsraad zijn echter wel beperkt tot uitsluitend die aangelegenheden die van gemeenschappelijke belang zijn voor alle of een meerderheid van de ondernemingen waarvoor de Centrale Ondernemingsraad is ingesteld.
Ook moet je kijken naar het onderwerp waar het over gaat en of dat onderwerp van belang is voor alle of een meerderheid van de ondernemingen en betekent het niet dat altijd bijvoorbeeld het adviesrecht bij de Centrale Ondernemingsraad terecht komt. Een onderwerp kan immers ook maar 1 onderneming raken. In dat geval moet het dan ook door die lokale ondernemingsraad worden behandeld.

Het aangaan van een overeenkomst met elkaar betekent dat je over en weer een verbintenis met elkaar aangaat. In Nederland bestaat contractsvrijheid, dit houdt in dat het een ieder in principe vrij is om de omvang en de voorwaarden van een overeenkomst te bepalen. Of en hoe een overeenkomst kan eindigen hangt dus in eerste instantie af van de inhoud van de overeenkomst. Vaak is er in de overeenkomst een bepaling opgenomen waarin geregeld is hoe en/of wanneer de overeenkomst eindigt. Is er echter geen einddatum in de overeenkomst opgenomen dan is het een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Het is dus goed eerst in de documenten te kijken welke mogelijkheden er zijn om –zo makkelijk mogelijk- van de overeenkomst af te komen. Juridisch wordt er dan veelal gesproken over opzegging. In contracten wordt dit echter ook wel aangeduid met andere bewoordingen als annulering of beëindiging. In zijn algemeenheid is opzegging niet in de wet geregeld. Het bestaan van de mogelijkheid alsmede de voorwaarden waaronder opzegging mogelijk is wordt in de overeenkomst zelf geregeld. Bijvoorbeeld dat een opzegging schriftelijk moet, er een opzegtermijn in acht moet worden genomen en/of dat partijen eerst met elkaar in overleg treden voordat een overeenkomst kan worden opgezegd.

Het ontbreken van een wettelijke regeling voor een opzegging geeft in de praktijk wel problemen. Dit geldt met name bij duurovereenkomsten. Deze zijn er in vele soorten en maten maar komen kortgezegd neer op een overeenkomst waarbij er voor een langere periode over een weer structureel verplichtingen bestaan. Sommige duurovereenkomsten zijn wettelijk benoemd (zoals de arbeids- en huurovereenkomst) en kennen een specifieke regeling in de wet voor de wijze van opzegging.

Ondernemingsovereenkomst

De onbenoemde duurovereenkomsten zoals bijvoorbeeld een ondernemingsovereenkomst vanuit artikel 32 WOR zonder een specifieke einddatum kennen geen wettelijke regeling omtrent opzegging. Wanneer er bij onbenoemde duurovereenkomsten niets ten aanzien van een opzegging is overeenkomen kan er dus niet op grond van de wet worden opgezegd en zou je alleen van de overeenkomst af kunnen wanneer de wederpartij “tekort schiet” of er sprake is van een vernietigingsgrond (denk dan aan bijvoorbeeld, dwaling, bedrog, misbruik of bedreiging). De Hoge Raad heeft echter uitgesproken dat (onbenoemde) duurovereenkomsten, ook al zijn deze voor onbepaalde tijd en kennen zij geen contractuele opzeggingsmogelijkheid, in beginsel opzegbaar zijn. Wel kunnen de redelijkheid en billijkheid met zich mee brengen dat voor de opzegging een voldoende zwaarwegende grond is en er een opzegtermijn in acht moet worden genomen.

Opzegging
Om een herziening van de overeenkomst af te kunnen dwingen zou een van de partijen de huidige overeenkomst eerst op kunnen zeggen. Dan kan daarna gesproken worden over een nieuwe overeenkomst waarin de herzieningsonderwerpen dan alsnog aan bod kunnen komen. Komt er dan geen nieuwe overeenkomst tot stand dan valt men terug op de wettelijke bepalingen vanuit de WOR.

Wijziging
Naast een opzegging zou een van partijen kunnen proberen om de overeenkomst te wijzigen. Eventuele wijzigingsmogelijkheden en de wijze waarop worden vaak ook in de overeenkomst zelf opgenomen. Controleer dus goed of de overeenkomst een dergelijke bepaling kent. Zo niet dan geldt het uitgangspunt dat een overeenkomst in beginsel niet eenzijdig kan worden gewijzigd. Een overeenkomst berust op wilsovereenstemming tussen partijen. Een latere wijziging van de overeenkomst dient in beginsel ook op wilsovereenstemming te berusten. Als een van de partijen aanpassing van de overeenkomst wenst, dient zij daarover met de wederpartij in onderhandeling te treden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een door een van de partijen gewenste wijziging, kan een partij met een beroep op onvoorziene omstandigheden bij de rechter wijziging of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst vorderen. Ook hier kan de redelijkheid en de billijkheid weer een rol spelen. Wel moet dan worden aangetoond dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden waardoor de overeenkomst in zijn huidige vorm niet langer kan voortduren.
Partijen kunnen uiteraard wel elkaar het voorstel doen om de overeenkomst in zijn huidige vorm te wijzigen. Een partij kan echter niet gedwongen worden om de wijziging te accepteren, maar moet dan mogelijk wel accepteren dat de overeenkomst dan wordt opgezegd.

Het jaarverslag moet een verslag zijn van de werkzaamheden van de ondernemingsraad en zijn commissies van het afgelopen jaar. Hierin wordt onder andere vermeld de onderwerpen die de ondernemingsraad heeft behandeld en de onderwerpen die (in de overlegvergadering) met de ondernemer zijn besproken. Het jaarverslag wordt daarnaast gebruikt om over activiteiten verantwoording af te leggen en plannen voor de toekomst kenbaar te maken. Het jaarverslag wordt door de ondernemingsraad goedgekeurd en openbaar gemaakt. Sinds 2013 hoeft het jaarverslag niet langer verzonden te worden aan de bedrijfscommissie

Het jaarverslag wordt als een van de belangrijkste communicatiekanalen van de ondernemingsraad naar het personeel gezien. Er is echter geen specifieke lijst waaraan een jaarverslag van de ondernemingsraad van de ondernemingsraad aan moet voldoen.

Vakbondsleden die in een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging zitten zijn automatisch kaderleden van de vakorganisaties. Zij zijn als het ware vrijwilligers voor de vakorganisatie. Belangrijk is om het onderscheid tussen kaderlid en ondernemingsraadslid goed te maken.
Herzieningen of opstellen van sociale plannen zijn in principe een vakbondsaangelegenheid. De vakorganisaties nemen dan dus deel aan de onderhandelingen. De vakorganisaties mogen kaderleden uitnodigen om aan de onderhandelingen deel te nemen. De kaderleden zijn immers ook lid bij de desbetreffende vakorganisatie en nemen in de hoedanigheid van lid van de vakorganisatie dan ook deel aan de onderhandelingen of zijn toehoorder.
Echter de ondernemingsraad mag in het kader van het adviesrecht over de reorganisatie ook adviseren over de ondervanging van de personele gevolgen en dus ook over het (herziende) sociaal plan. De ondernemingsraad mag het sociaal plan in zijn afweging meenemen.
Er kan inderdaad sprake zijn van belangenverstrengeling/dubbele petten. Maar het kaderlid kan niet eenzijdig namens de ondernemingsraad optreden of besluiten nemen. Dat kan alleen de ondernemingsraad zelf.
De ondernemingsraad zal niet kunnen voorkomen dat dit kaderlid deelneemt aan de onderhandelingen, als hij als kaderlid wordt uitgenodigd namens de vakorganisatie. Maar dit kaderlid kan ook alleen aan de onderhandelingen deelnemen als lid van de vakorganisaties, niet als vertegenwoordiger van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad kan ook altijd zelf het contact met de vakorganisaties en de werkgever opzoeken, dat hoeft niet via het desbetreffende kaderlid te lopen.

Wel kan met het desbetreffende lid gesproken worden over het feit dat er sprake kan zijn van het dubbele petten probleem en dat het desbetreffende kaderlid zich daar wel bewust van moet zijn. Dat hij deelneemt aan de onderhandelingen als lid van de vakorganisaties, niet als vertegenwoordiger van de OR.

Een ondernemingsraad kan alleen via de kantonrechter een lid uitsluiten/schorsen. Er moet dan sprake zijn van een ernstige belemmering waardoor de werkzaamheden van de ondernemingsraad ernstig worden belemmerd of het overleg met de ondernemer ernstig wordt belemmerd. Uit de jurisprudentie blijkt dat deze ernstige belemmering niet snel wordt aangenomen. Het moet dan gaan om het opzettelijk en herhaald verstoren van de orde of een inbreuk op de democratische spelregels of een combinatie van die twee. Dat geldt overigens ook voor het keer op keer schenden van de geheimhoudingsplicht en het verspreiden van onwaarheden onder het personeel.

 

Load More

STEL HIER UW VRAAG

  • Graag invullen zodat wij u kunnen bereiken voor aanvullende informatie op uw vraag
  • Kruis hier aan onder welke categorie uw vraag valt.

ONZE ADVISEURS

Jolande Janssen

Jolande Janssen

Advocaat Medezeggenschaps- en arbeidsrecht bij Advocatenkantoor De Voort Advocaten | Mediators en expert op snijvlak van medezeggenschap en ondernemingsrecht. Met name fusies, overnames en financieringen. Docent aan Tilburg University. Tevens actief op sportrecht en zorgrecht. Schreef het Handboek voor Cliëntenraden. Studeerde cum laude af voor specialisatieopleiding arbeidsrecht. Zij is tevens bestuurslid bij de BVMP.

Wim Hoogendoorn

Wim Hoogendoorn

Wim is een gedreven pensioen professional met gedegen kennis van pensioen en commerciële vaardigheden.
Gericht op het aangaan en onderhouden van een langdurige, wederzijds profijtelijke samenwerking. Creatief in het vinden van oplossingen waar klanten blij van worden. Sterk in samenwerking en mensen enthousiasmeren en coachen.

Wim werkt bij Edmond Halley Pensioenadviseurs

Rob Latten

Rob Latten

Rob Latten is al 20 jaar werkzaam in het strategische en financiële gebied. In de rol van medewerker, manager, trainer en adviseur. Rob is als senior lecturer verbonden aan de Rotterdam Business School, onderdeel van de Hogeschool Rotterdam en verzorgt lessen op het gebied van strategie, financiën en verandermanagement. Daarnaast heeft hij een eigen bedrijf  (De VerandermotOR) dat gespecialiseerd is in het adviseren en begeleiden van ondernemingsraden bij fusies, reorganisaties en veranderprocessen op het gebied van strategie en financiën. In 2016 is zijn geheel herziene versie van zijn boek “Ondernemingsraad voor dummies”, geschreven met diverse gerenommeerde vakgenoten, verschenen. Ook het boek “OR en Financiën” is mede van zijn hand. Rob geeft regelmatig lezingen, webinars en workshops over het thema.

Share This