Het aangaan van een overeenkomst met elkaar betekent dat je over en weer een verbintenis met elkaar aangaat. In Nederland bestaat contractsvrijheid, dit houdt in dat het een ieder in principe vrij is om de omvang en de voorwaarden van een overeenkomst te bepalen. Of en hoe een overeenkomst kan eindigen hangt dus in eerste instantie af van de inhoud van de overeenkomst. Vaak is er in de overeenkomst een bepaling opgenomen waarin geregeld is hoe en/of wanneer de overeenkomst eindigt. Is er echter geen einddatum in de overeenkomst opgenomen dan is het een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Het is dus goed eerst in de documenten te kijken welke mogelijkheden er zijn om –zo makkelijk mogelijk- van de overeenkomst af te komen. Juridisch wordt er dan veelal gesproken over opzegging. In contracten wordt dit echter ook wel aangeduid met andere bewoordingen als annulering of beëindiging. In zijn algemeenheid is opzegging niet in de wet geregeld. Het bestaan van de mogelijkheid alsmede de voorwaarden waaronder opzegging mogelijk is wordt in de overeenkomst zelf geregeld. Bijvoorbeeld dat een opzegging schriftelijk moet, er een opzegtermijn in acht moet worden genomen en/of dat partijen eerst met elkaar in overleg treden voordat een overeenkomst kan worden opgezegd.

Het ontbreken van een wettelijke regeling voor een opzegging geeft in de praktijk wel problemen. Dit geldt met name bij duurovereenkomsten. Deze zijn er in vele soorten en maten maar komen kortgezegd neer op een overeenkomst waarbij er voor een langere periode over een weer structureel verplichtingen bestaan. Sommige duurovereenkomsten zijn wettelijk benoemd (zoals de arbeids- en huurovereenkomst) en kennen een specifieke regeling in de wet voor de wijze van opzegging.

Ondernemingsovereenkomst

De onbenoemde duurovereenkomsten zoals bijvoorbeeld een ondernemingsovereenkomst vanuit artikel 32 WOR zonder een specifieke einddatum kennen geen wettelijke regeling omtrent opzegging. Wanneer er bij onbenoemde duurovereenkomsten niets ten aanzien van een opzegging is overeenkomen kan er dus niet op grond van de wet worden opgezegd en zou je alleen van de overeenkomst af kunnen wanneer de wederpartij “tekort schiet” of er sprake is van een vernietigingsgrond (denk dan aan bijvoorbeeld, dwaling, bedrog, misbruik of bedreiging). De Hoge Raad heeft echter uitgesproken dat (onbenoemde) duurovereenkomsten, ook al zijn deze voor onbepaalde tijd en kennen zij geen contractuele opzeggingsmogelijkheid, in beginsel opzegbaar zijn. Wel kunnen de redelijkheid en billijkheid met zich mee brengen dat voor de opzegging een voldoende zwaarwegende grond is en er een opzegtermijn in acht moet worden genomen.

Opzegging
Om een herziening van de overeenkomst af te kunnen dwingen zou een van de partijen de huidige overeenkomst eerst op kunnen zeggen. Dan kan daarna gesproken worden over een nieuwe overeenkomst waarin de herzieningsonderwerpen dan alsnog aan bod kunnen komen. Komt er dan geen nieuwe overeenkomst tot stand dan valt men terug op de wettelijke bepalingen vanuit de WOR.

Wijziging
Naast een opzegging zou een van partijen kunnen proberen om de overeenkomst te wijzigen. Eventuele wijzigingsmogelijkheden en de wijze waarop worden vaak ook in de overeenkomst zelf opgenomen. Controleer dus goed of de overeenkomst een dergelijke bepaling kent. Zo niet dan geldt het uitgangspunt dat een overeenkomst in beginsel niet eenzijdig kan worden gewijzigd. Een overeenkomst berust op wilsovereenstemming tussen partijen. Een latere wijziging van de overeenkomst dient in beginsel ook op wilsovereenstemming te berusten. Als een van de partijen aanpassing van de overeenkomst wenst, dient zij daarover met de wederpartij in onderhandeling te treden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een door een van de partijen gewenste wijziging, kan een partij met een beroep op onvoorziene omstandigheden bij de rechter wijziging of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst vorderen. Ook hier kan de redelijkheid en de billijkheid weer een rol spelen. Wel moet dan worden aangetoond dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden waardoor de overeenkomst in zijn huidige vorm niet langer kan voortduren.
Partijen kunnen uiteraard wel elkaar het voorstel doen om de overeenkomst in zijn huidige vorm te wijzigen. Een partij kan echter niet gedwongen worden om de wijziging te accepteren, maar moet dan mogelijk wel accepteren dat de overeenkomst dan wordt opgezegd.