De AI revolutie

Auteur:
Maarten Sukel
Recensent:
Helene Hubers

Hoe kunstmatige intelligentie de maatschappij gaat veranderen (en daar nu al mee bezig is)

Net als veel organisaties zijn ondernemingsraden bezig met het ontdekken van de mogelijkheden van AI. En er zijn nogal wat mogelijkheden. Het is superhandig om AI te vragen een schema op te stellen voor de OR-verkiezing, een advies te schrijven, een berichtje voor de achterban te maken of het verslag uit te werken. En dat alles gebeurt nog in foutloos Nederlands ook. Een bijpassend plaatje is door AI zo gemaakt. Wat mij daarbij opvalt, is dat veel organisaties AI laten gebruiken zonder eerst goed af te spreken wat AI wel en niet mag doen, welke gegevens je wel en niet ermee deelt en in hoeverre je AI moet vertrouwen.

Tijdens het lezen van De AI revolutie bekroop mij een beklemmend gevoel: hoe fantastisch ook, AI is heel griezelig. Maarten Sukel is gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie en werkt aan een proefschrift over het gebruik ervan. Hij legt in De AI revolutie in heldere taal uit hoe algoritmen werken en wat de voor- en nadelen van AI (kunnen) zijn. Het griezelige ervan is bijvoorbeeld dat chatbots en taalmodellen die worden gevoed met discriminerende teksten zich racistisch gaan gedragen. Gebruikers die denken dat AI alles weet en altijd gelijk heeft, nemen die denkbeelden over. Anderzijds kunnen algoritmes discriminatie juist tegengaan. En AI kan bijvoorbeeld worden ingezet om bij te dragen aan oplossingen voor de klimaatcrisis. Maar, betoogt Sukel, daarvoor is nog veel meer kennis bij, en toezicht van de overheid voor nodig. En helaas, wordt AI vooral ingezet voor commerciële belangen en in veel mindere mate om bij te dragen aan zaken als oplossen van de grote problemen.

Sukel heeft het niet over medezeggenschap, maar er is voor medezeggenschappers wel werk aan de winkel. Hij noemt bijvoorbeeld gezichtsherkenning en slimme camera’s die medewerkers in de gaten kunnen houden. De OR heeft daar natuurlijk instemmingsrecht op. Maar weet iedere OR wat zijn werkgever doet? Wie er precies bij de gegevens kunnen? En wat AI ermee doet?

Algoritmen worden ingezet om zoveel mogelijk geld te verdienen. Daardoor kunnen rechten van medewerkers in het gedrang komen. Dat is niet de schuld van het algoritme, maar van degene die opdrachten geeft aan het algoritme. Sukel wijst erop dat hier een taak ligt voor werknemers: mensen die algoritmen aansturen zouden moeten voldoen aan een aantal veiligheidseisen. Bijvoorbeeld privacyregels en wetgeving. Daar wordt vreemd genoeg nog niet of nauwelijks werk van gemaakt.

Wie bij de overheid werkt, kan flink aan de slag. Niet alleen moet de overheid zelf transparanter worden in wat ze doet met AI, maar ook moet ze ervoor zorgen dat techbedrijven zich aan de wetten houden. De overheid loopt op dit gebied enorm achter, mede door gebrek aan kennis en capaciteit. Wetgeving, regulering en houden van toezicht zijn op dit moment heel moeilijk uit te voeren. Hier ligt een mooie taak voor de medezeggenschap. Denk aan artikel 28 WOR.

En dan is er nog het onderwijs. Daar ligt een gigantisch belangrijke uitdaging. Educatie moet ervoor zorgen dat gebruikers niet alleen basisbegrip hebben van wat AI is en kan, maar moet gebruikers ook kritischer maken. Gebruikers – en daaronder vallen uiteraard ook scholieren – moeten beseffen dat wat ze online vinden geen representatie is van de werkelijkheid. Medezeggenschapsraden op scholen en universiteiten kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Maar dat geldt natuurlijk overal waar AI ingezet wordt.

0182 231 270