De grijze pensioenvlek in de pensioentransitie

We kennen in pensioenland het begrip witte vlek: werknemers zónder pensioenregeling. Inmiddels is er een minder zichtbare ontwikkeling die steeds vaker voorkomt: de grijze vlek. Dit zijn pensioenregelingen waarin een zo laag pensioen wordt opgebouwd dat er een grote inkomensachteruitgang ontstaat bij pensionering.
Door Mark Jordens
Hoe de grijze vlek ontstaat bij kostenneutraliteit
De grijze vlek komt vooral voor bij werkgevers die niet onder een cao vallen en niet zijn aangesloten bij een pensioenfonds. Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kiezen zij regelmatig voor een ‘budgetneutrale benadering’: de totale pensioenkosten mogen na wijziging niet hoger zijn dan voorheen. Hoewel dit ook het uitgangspunt van de wetgever is, kan dit in de praktijk, veelal ongemerkt, tot gevolg hebben dat de pensioenopbouw voor (een deel van) de medewerkers nadelig uitpakt.
Nieuwe medewerkers lopen het grootste risico
Bij de overgang naar het nieuwe stelsel kiezen de meeste werkgevers voor ‘eerbiedigende werking’. Bestaande medewerkers behouden dan hun huidige pensioenopbouw, vaak met een premie die stijgt met de leeftijd. Voor deze groep verandert er op dit punt doorgaans weinig, zolang ze in dienst blijven bij de betreffende werkgever.
Voor nieuwe medewerkers is dat echter anders. Zij krijgen te maken met een pensioenregeling, gebaseerd op een gelijkblijvend premiepercentage. Daar zit het risico. Sommige werkgevers stellen dit premiepercentage zo vast dat de totale pensioenkosten dalen, met als gevolg een lagere pensioenopbouw voor nieuwe medewerkers. Dit effect is niet altijd direct zichtbaar. Ten eerste verzetten de nieuwe medewerkers zich niet tegen de regeling, omdat zij deze niet kunnen vergelijken met de vorige regeling. Ten tweede staan veel medewerkers niet stil bij hun pensioen.
De onzichtbare gevolgen op de lange termijn
De grijze vlek betekent dus niet dat er geen pensioen is, maar dat de opbouw mogelijk onvoldoende is om na pensionering een passend inkomensniveau te bereiken. Daarnaast ontstaat er een blijvend verschil in pensioenopbouw tussen groepen medewerkers binnen dezelfde organisatie. Wanneer dit niet tijdig wordt onderkend of expliciet wordt meegewogen, neemt de kans toe dat de grijze vlek groter wordt.
De rol van de ambtelijk secretaris: ondersteuning van de OR
De ondernemingsraad vervult in dit proces een belangrijke rol en kan daarbij de ondersteuning van de ambtelijk secretaris goed gebruiken. Het is in de praktijk niet altijd direct zichtbaar dat de pensioenregeling voor nieuwe medewerkers soberder kan uitpakken dan voor zittende medewerkers. De onderbouwing zit meestal in technische tabellen en berekeningen, waardoor de gevolgen op langere termijn lastig te doorgronden zijn. Hier kan de ambtelijk secretaris helpen door tijdig te signaleren waar de regelingen uiteenlopen, de relevante informatie te laten vertalen naar duidelijke scenario’s en ervoor te zorgen dat het effect voor zowel huidige als toekomstige medewerkers expliciet op tafel komt.
Ook wanneer de ondernemingsraad de versobering wel ziet, ligt de focus vaak logischerwijs op de huidige achterban. De ambtelijk secretaris kan dan adviseren om de belangen van toekomstige collega’s structureel mee te nemen in de afweging. Dat betekent niet dat een lagere premie voor nieuwe medewerkers per definitie onacceptabel is, maar wel dat de ondernemingsraad bewust beoordeelt wat de gewenste pensioenambitie is, hoe die past binnen het totale arbeidsvoorwaardenpakket en of het verschil tussen groepen medewerkers goed uit te leggen en te verantwoorden is. Door deze vragen scherp te houden en te agenderen, ondersteunt de ambtelijk secretaris de ondernemingsraad bij een evenwichtige besluitvorming.
Tijd voor vragen die ertoe doen
Overweeg om bij de behandeling van het pensioendossier de volgende vragen op de agenda van de OR te zetten:
- Heeft de OR in beeld wat de gevolgen van de pensioenregeling zijn voor nieuwe medewerkers?
- Is kostenneutraliteit een passend uitgangspunt als hierdoor de pensioenambitie daalt?
- Is het verlagen van de pensioenopbouw voor nieuwe medewerkers wenselijk en uitlegbaar?
- Is het acceptabel dat er op termijn twee groepen ontstaan met duidelijk verschillende pensioenperspectieven?
Praktische vervolgstappen om de grijze vlek te voorkomen
De grijze vlek groeit in verschillende sectoren en organisaties. De kernvraag is of dit binnen de eigen organisatie ook speelt en, als dat zo is, hoe de ondernemingsraad hiermee wil omgaan.
Door bovengenoemde vragen te agenderen, kan de ambtelijk secretaris de ondernemingsraad ondersteunen bij het gesprek over de gewenste pensioenambitie en de criteria waarmee voorstellen voor een nieuwe regeling worden beoordeeld. Een praktische manier om dit te doen is het organiseren van een workshop. Daarmee kan de ondernemingsraad de eigen uitgangspunten scherp krijgen en concreet vastleggen. Door deze uitkomsten tijdig met de bestuurder te delen, kan de bestuurder hier bij het ontwerp van het nieuwe pensioenbeleid rekening mee houden. Dat bevordert de kwaliteit van de dialoog en kan het besluitvormingsproces versnellen, in het belang van alle betrokkenen.
Mark Jordens
