Tegenspraak. Hoe je beter wordt van dwarsliggers

Auteur: Peter van Lonkhuyzen

In 1587 installeerde paus Sixtus V de advocatus diaboli; de later spreekwoordelijk geworden ‘advocaat van de duivel’. Deze pauselijke tegenspreker had als taak wildgroei van heiligverklaringen tegen te gaan door gaten te schieten in de bewijsvoering voor heiligheid van voorgedragen overledenen. Nadat paus Johannes Paulus II deze advocaat van de duivel in 1983 afgeschaft had, werden in korte tijd vijfhonderd mensen heilig en dertienhonderd mensen zalig verklaard. Tot dan toe waren er pas 98 heiligverklaringen geweest in de hele twintigste eeuw.

Journalist Peter van Lonkhuyzen verbaasde zich er tijdens het schrijven van een reeks artikelen over macht over dat iedereen wel weet dat tegenspraak nuttig is, maar er zo weinig gebruik van wordt gemaakt. Velen willen er zelfs helemaal niet aan; die denken zelf wel te weten wat het beste voor hun organisatie is. De voorbeelden van uiterst succesvolle managers die de realiteit uit het oog zijn verloren liggen voor het opscheppen, denk maar aan Erik Staal van Vestia en Fred Goodwin van de Royal Bank of Scotland. En dan hebben het nog niet eens over wereldleiders die steeds meer macht naar zich toetrekken en alle tegenspraak vakkundig uit de weg ruimen.

Van Lonkhuyzen laat in Tegenspraak zien dat tegenspraak zo belangrijk is dat het letterlijk levens redt. In de luchtvaart bijvoorbeeld. Er stortte in het verleden wel eens een vliegtuig neer omdat de bemanning niet tegen de ‘almachtige’ piloot durfde te zeggen dat de kerosine op was. Tegenwoordig is in de luchtvaart en ook op veel plekken in de gezondheidszorg tegenspraak verplicht. Als een teamlid denkt dat iets niet goed gaat, zegt hij eerst ‘ik heb het gevoel dat…’, waarna bijstellen van de procedure nog mogelijk is. Gaat het echt mis, houdt zelfs de meest gerenommeerde chirurg bij de uitroep ‘stop deze procedure!’ meteen op met snijden.

De ondernemingsraad is een geïnstitutionaliseerde, onvrijwillige vorm van tegenspraak. Dat is een lastige taak, want je zult maar een type als Erik Staal als bestuurder hebben. Als de directie niet is geïnteresseerd in medezeggenschap en alleen luistert omdat dat nu eenmaal moet van de wet, heeft het geen enkel effect – integendeel. Er zijn ook leidinggevenden die zeggen open te staan voor tegenspraak, want hun ‘deur staat altijd open’. Zij onderschatten de schroom die mensen moeten overwinnen voor ze die kamer binnenstappen.

Tegenspraak moet actief worden gevraagd, volgens een vastgelegd stappenplan. Timing is daarbij belangrijk. Het moet niet te snel worden gegeven, want schieten op de eerste overwegingen levert alleen maar irritatie op. En als je te laat bent met je tegenspraak is het besluit al genomen. Dat probleem is ongetwijfeld voor iedere ondernemingsraad herkenbaar.

Van Lonkhuyzen laat in zijn vlot leesbare boek via een aantal mooie voorbeelden zien hoe tegenspraak kan werken en welke instrumenten daarvoor gebruikt kunnen worden. Maar als een ding duidelijk wordt, is het dat het nut van tegenspraak vooral afhangt van de ontvanger – of eigenlijk van de hoeveelheid testosteron van de ontvanger..

Aansluiting op praktijk
Vernieuwend
Leerzaam
Leesbaarheid
Inspirerend
Gemiddelde
Share This